Bulldogfactor

De Bulldogfaktor bij het Dexterrund

Bulldogkalveren ontstaan door een genetisch defect: de bulldogfactor. De bulldogfactor is co-dominant. Dat wil zeggen dat de dragers van de factor (de laagbenigen) in uiterlijk verschillen van dieren die de factor NIET hebben (de hoogbenigen).

Concreet:
geen bulldogfactor = hoogbenig
1 bulldogfactor = laagbenig
2 bulldogfactoren = bulldogkalf = dood

 

hoogbenig  hoogbenig
hoogbenig 100% hoogbenig 50% hoogbenig 50% laagbenig
laagbenig 50% hoogbenig 50% laagbenig 25% hoogbenig 50% laag 25% dood

Gelukkig zullen velen nog nooit een echt bulldogkalf gezien hebben of juist gedacht hebben dat ieder misvormd geboren kalf een bulldogkalf is. Een bulldogkalf wordt altijd dood geboren wordt en een levend geboren misvormd kalf is absoluut geen bulldogkalf.

De kenmerken van een bulldogkalf zijn de volgende:

  • De buik is meestal een stuk open, met naar buiten hangende darmen.
  • Aan de voorkant kort en plat gezicht met een grote, maar normale, naar buiten hangende tong.
  • Zeer korte poten, niet langer dan ca. 10 cm.
  • Opgeblazen lichaam.
  • Door het defect groeien de botten niet, de rest van de ingewanden en huid wel. Een bulldogkalf heeft dus weinig bot en veel vel en ingewanden.

Het volgende is ook nog bekend:

  • Koeien aborteren gewoonlijk van een bulldogkalf tussen de 5 en 7 maanden van de dracht, maar kunnen het ook voldragen. Hoe langer de dracht hoe groter de kans is op moeilijker afkalven.
  • Koeien uieren wel, maar de melkgift kan beperkt zijn, afhankelijk van de duur van de dracht.
  • Een bulldogkalf heeft geen invloed op de vruchtbaarheid van de koe (mits geen compicaties zijn opgetreden, dit geldt echter voor iedere worp).
  • Indien een koe eens een bulldogkalf heeft gehad, betekent dit niet dat ze iedere keer weer een bulldogkalf krijgt, zeker als u de volgende keer een hoogbenige stier gebruikt.

Jarenlang is er in Engeland en Australië naarstig gezocht naar de veroorzaker van het afwijkende gen(en) met betrekking tot de bulldogfactor. In 2003 is er een test om vast te kunnen stellen of een dier drager is van de bulldogfactor.

U kunt uw dier bij van Haeringen in Wageningen laten testen (het heet daar Achondrodysplasie). Sinds 2019 is het ook mogelijk om in USA te testen, aanvraag kan via het secretariaat en kost circa 20 Euro. Testresultaten worden gratis verwerkt in de Dexter database en u krijgt gratis een nieuwe stamboekkaart. Uitslagen kunnen zijn:
BD1-N het dier heeft geen bulldogfactor en is dus hoogbenig
BD1-C het dier is drager van de bulldogfactor en is dus laagbenig

kleine hoogbenige Dexters

Sinds 1970 zijn enkele fokkers begonnen om de bulldogfactor uit te bannen en zijn enkel met hoogbenige dieren gaan fokken. Zij maken de kruising hoogbeen x hoogbeen. Hierbij worden telkens de kleinere hoogbenige dieren geselecteerd voor de volgende generatie. Hierdoor werd hun populatie hoogbenige dieren kleiner en benaderen qua hoogtemaat de laagbenige dieren.

Deze laagbenige dieren zijn klein omdat ze de bulldogfactor hebben. Door deze factor zijn de groeischijven aan het einde van de botten aangetast waardoor de botten niet hun volledige lengte bereiken. Ze zijn dus klein door deze éne factor. Omdat deze factor bij de ene koe meer invloed heeft dan bij een andere koe kan men aan de hoogtemaat van een laagbenige koe niet inschatten hoe groot ze zou zijn geweest indien ze niet die bulldogfactor had gehad. Dat verklaart ook de ervaringen van mensen die de kruising laagbenig x hoogbenig maken dat wanneer er een hoogbenig kalf geboren wordt deze nogal eens erg groot uitvalt. Blijkbaar is de gebruikte laagbenige in de kruising een dier die  erg groot zou zijn indien ze niet de bulldogfactor had gehad. Dit dier vererft groot wanneer ze het laagbenigheidsgen (bulldogfactor) niet doorgeeft.

Dexters uit de fokkerij die al generaties hoogbenig x hoogbenig fokken en daarbij selecteren op een kleine koe (zonder dat het een smalle iele koe wordt) noemen we in de volksmond een kleine hoogbeen.